Redmax
Redmax

Actie gevraagd voor daadwerkelijke implementatie

De eHealth monitor 2016 laat zien dat we nog veel slagen te maken hebben. Het gebruik van eHealth laat nog veel te wensen over en is nog verre van geïntegreerd in het dagelijks leven van zorgverleners. Ook de bekendheid onder zorgvragers rondom eHealth is nog laag. Enkele conclusies uit de eHealth monitor: De helft van de medisch specialisten vindt registratie in de online dossiers te tijdrovend (afgezet tegen de inhoudelijk winst) en in caresector ziet men het belang van beeldschermzorg, maar gebruik ervan neemt nauwelijks toe. Tijd voor actie dus.

Actie gevraagd voor daadwerkelijke implementatie

De eHealth monitor 2016 laat zien dat we nog veel slagen te maken hebben. Het gebruik van eHealth laat nog veel te wensen over en is nog verre van geïntegreerd in het dagelijks leven van zorgverleners. Ook de bekendheid onder zorgvragers rondom eHealth is nog laag. Enkele conclusies uit de eHealth monitor: De helft van de medisch specialisten vindt registratie in de online dossiers te tijdrovend (afgezet tegen de inhoudelijk winst) en in caresector ziet men het belang van beeldschermzorg, maar gebruik ervan neemt nauwelijks toe. Tijd voor actie dus.

Inleiding in het model
‘Actie’, ofwel operationaliseren is de derde pijler uit de Normalization Process Theory (NPT), een actietheorie ontwikkeld door May. Deze actietheorie biedt handvatten voor succesvolle implementatie, zo blijkt uit praktijk en uit onderzoek. Reden voor Redmax om deze theorie centraal te stellen en als onderbouwing voor de implementatie aanpak te benutten. NPT bestaat uit vier pijlers, waarvan de eerste twee, ‘Zingeving’ en ‘Participatie’ in de voorgaande blogs zijn beschreven. In het derde deel van dit vierluik over NPT en de wijze waarop we deze theorie binnen Redmax benutten om tot passende implementatie aanpak per organisatie te komen, staat de pijler ‘Actie’ centraal.

Implementatie is geen zelfsturend proces
Meerdere keren hoorde ik het weer deze week: “Implementatie gaat vanzelf”. Als er iets in de praktijk gebleken is, dan is het dat eHealth implementatie allesbehalve vanzelf gaat. Zo blijkt ook uit de eHealth monitor 2016. Bij navraag in het gesprek bleek dat men hier eigenlijk bedoelt dat de techniek beschikbaar is, maar dat ze ook zien dat het gebruik achterblijft. En dat is precies de essentie van werkelijke implementatie. Implementatie van eHealth draait om normalisatie van het gebruik, om integratie in de reguliere routine. En dat gaat niet vanzelf, dat vraagt gerichte actie.

Actie
Om actie te genereren is inspanning gevraagd. Eenvoudiger kan ik het niet stellen. Inspanning op verschillende niveaus, om tot een stimulerende implementatiekracht te komen. Als voorbeeld neem ik twee casussen in de ziekenhuissetting. Eén waarbij we een eHealth tool voor informatieverspreiding op een aantal afdelingen implementeren en één waarbij beeldconsulten onderdeel worden van de consultatie. De inhoudelijke meerwaarde van deze vernieuwde werkwijze wordt in beide trajecten bij de start ingezien, reden voor de ziekenhuizen om hier mee te starten. Men neemt deel aan trainingen en instructies en heeft alle digitale tools om te kunnen starten. Dan blijkt dat sommige teams de digitale informatievoorziening actief oppakken en andere achterblijven. Bij beeldconsult blijkt na de pilot dat het gebruik stagneert. Welke actie is nodig om de achterblijvers in beide settings tot gebruik te stimuleren?

  • Eén van de vier elementen binnen de pijler Actie is Interacteren. Interacteren draait om de vraag op welke wijze de zorgprofessional voor zichzelf en samen met collega’s invulling geeft aan werken met de eHealth tool in zijn dagelijks werk. Voor mij als projectleider is de vraag wat ik kan doen om te zorgen dat de betrokken medici weten hoe deze informatietool onderdeel wordt van hun dagelijkse werk. En wat daarin van hen wordt gevraagd. Voor beeldconsulten bleek dat je senang voelen met deze nieuwe manier van werken en weten wat jouw rol is in de uitleg aan de patiënt van essentieel belang. Aandacht dus voor de wijze waarop dit je werkwijze beïnvloedt en waar op jij als zorgverlener interacteert met de eHealth innovatie.
  • Een ander aspect dat veelvuldig speelt, heeft met het tweede element te maken: Vertrouwen. Na een eerste periode van gebruik van eHealth wordt de stap gemaakt naar opschaling. In deze stap komt een belangrijke punt vaak impliciet naar boven, namelijk het vertrouwen dat men heeft in de nieuwe werkwijze. Als dit er onvoldoende is, dan zal men of dubbel werk verrichten of zal men terugvallen op de oude werkwijze. Een behandelaar die een beeldconsult kan aanbieden, maar onvoldoende vertrouwen heeft in deze nieuwe werkwijze, zal de patiënt toch weer uitnodigen voor een regulier consult. Een arts die er niet op vertrouwt dat de digitaal verzonden informatie door de patiënt gelezen wordt, zal naast de digitale verzending voor de zekerheid ook een foldertje meegeven. Deze dubbeling of beter gezegd het ontbrekend vertrouwen, zorgt voor extra werk en vertraging van normalisatie.
  • Naast vertrouwen dient men de benodigde vaardigheden te hebben. Aandacht voor de nieuwe competenties die horen bij de eHealth innovatie wordt vaak te eenzijdig ingevuld. We denken hier regulier aan een ‘knoppencursus’, wat zeker ook van belang is. Maar belangrijk is breder te kijken naar de benodigde competenties. Zo blijkt bij beeldconsulten dat online sensitiviteit bij een slecht nieuws gesprek en zich daar wel of niet competent in voelen vele malen bepalender is voor gebruik dan het gegeven of men wel of niet technisch met de tool voor beeldconsulten uit de voeten kan.
  • Als vierde element, maar niet per se als laatste element, is er het werk dat gedaan moet worden om tot integratie in de context te komen. De vraag hier is welke middelen en acties nodig zijn om tot integratie in de context te komen. Denk breed: dit gaat niet alleen over ICT-matige integratie, maar ook over financiële en zorginhoudelijke integratie. Het zorgvuldig inregelen van de omgeving, zodat een nieuwe manier van werken kan blijven draaien is belangrijk. Voorbeelden daarvan zijn: andere logistiek voor bestellingen, contracten met nieuwe leveranciers, andere voorwaarden en risico’s, aanpassen van de opleiding van mensen, nieuwe manier van voorlichting bij de patiënt. De manager is hier mede voor verantwoordelijk, maar dient ook gefaciliteerd te worden. De vraag hier is welke middelen er nodig zijn om de manager te faciliteren.

 

Afsluitend
Actie bevat allemaal zaken die in eerste instantie (en eenmalig) goed op te pakken zijn. Maar wat als het nieuwe er vanaf is en het gewoon werk wordt, kan het dan nog werken? Door aan bovenstaande vier elementen aandacht te besteden, kunnen meer afdelingen en meer mensen betrokken raken en is weer aan een voorwaarde voor normalisatie voldaan.

Meer weten over onze implementatiemethode? Of benieuwd naar de manier waarop wij een implementatietraject vormgeven en u projectondersteuning kunnen bieden tijdens de implementatie van eHealth? Neem contact op om de mogelijkheden te bespreken.

Wilt u meer weten?

Neem contact op met Redmax.
+31 10 524 11 00

Wilt u meer weten?

Wilt u meer weten?

Ook interessant voor u?